Een adaptieve toets aanmaken verschilt van een standaard toets.
Hieronder leggen we uit waar je op moet letten bij het maken van een adaptieve toets. We leggen uit hoe het startniveau werkt, hoe een deelnemer door de verschillende sets vragen heen gaat en we geven een voorbeeld om te laten zien hoe een adaptieve toets eruit ziet.
Aan de hand van de score die een deelnemer behaalt op de eerste set vragen, gaat deze door naar de volgende set vragen. Hiervoor gelden 3 mogelijkheden:
-
- Beantwoordt de deelnemer < ⅓ van de vragen correct, dan daalt hij 1 niveau.
- Beantwoordt de deelnemer tussen de ⅓ & ⅔ van de aantal vragen correct, dan blijft hij op hetzelfde niveau.
- Beantwoordt de deelnemer tussen de > ⅔ van de vragen correct, dan stijgt hij 1 niveau.
- Wanneer het resulterende niveau niet beschikbaar is (je kan niet lager dan het laatste niveau of hoger dan het hoogste), blijf je op hetzelfde niveau.
Zo gaat de deelnemer door de verschillende niveaus en uiteindelijk bepaalt de score van de laatste set vragen welke score hij op de adaptieve toets heeft behaald.
Een student gaat de toets starten. Er is voor deze student door de beherende organisatie bepaald dat het startniveau op 3 staat. De eerste set vragen komt dan uit het 3de niveau.
De student scoort in deze eerste set vragen 85%. Door deze score komt de student uit in de categorie >⅔, waardoor de student een niveau omhoog gaat en dus stijgt naar niveau 4 in de tweede set vragen.
In de 2de set krijgt de student weer een aantal vragen. Nu wordt er 32% gescoord. Door deze score komt de student uit in de categorie <⅓ , waardoor de student een niveau omlaag gaat en dus teruggaat naar niveau 3 in de derde set vragen.
In de 3de set krijgt de student weer een aantal vragen. Hier wordt 70% behaald. Door deze score komt de student uit in de categorie >⅔ , waardoor de student een niveau omhoog gaat en dus weer stijgt naar niveau 4. Omdat er geen vierde set vragen volgt, is het eindresultaat van deze student niveau 4.
0 Opmerkingen